Bible-Science.info

Bijbel en wetenschap

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Waar kwam al het water vandaan?

Voor een wereldwijde zondvloed is heel wat water nodig. Een logische vraag is dus waar al dat water vandaan kwam.

Volgens de Bijbel braken onder andere alle 'fonteinen van de grote afgrond' open. Er bevond zich dus een gigantische hoeveelheid water onder de aardkorst. Ook nu nog komt bij een vulkaanuitbarsting veel water vrij.

Verder werden de 'sluizen van de hemel' geopend. Tijdens de tweede scheppingsdag maakte God scheiding tussen wateren die onder het uitspansel zijn en wateren die boven het uitspansel zijn (Genesis 1:7). Volgens sommigen vormden de 'wateren boven het uitspansel' een soort waterdeken. Als dat water is tijdens de zondvloed naar beneden gekomen. Dat water heeft voor de zondvloed ultraviolette en andere schadelijke straling tegengehouden. Dit verklaart tevens waarom de mensen voor de zondvoed aanmerkelijk ouder werden dan erna. Ook de mensen in de tijd van de Bijbel dachten bij 'uitspansel' aan een soort koepel die de wateren boven het uitspansel op hun plaats hielden. Wetenschappelijk gezien is zo'n waterdeken wel mogelijk, maar kan slechts een heel klein aandeel gehad hebben in de zondvloed. De waterspiegel kan er niet meer dan zo'n 2 meter door gestegen zijn. Een dikkere deken zou het broeikaseffect zo groot hebben gemaakt, dat de temperatuur op aarde ontoelaatbaar hoog zou zijn geweest. De deken kan wel voor de 40 dagen regen hebben gezorgd waar Genesis over spreekt.

Verder is het heel aannemelijk dat de aarde destijds veel vlakker was dan nu. Evolutionisten menen dat de bergen niet ouder zijn dan zo'n 5 miljoen jaar, terwijl de aarde al miljarden jaren oud is. Natuurlijk geloven creationisten niet in de 5 miljoen jaar, maar het geeft wel aan dat men het erover eens is dat bergen relatief jong zijn. Het is dan ook heel aannemelijk dat in de tijd van Noach de bergen veel minder hoog waren. Om alle bergen te bedekken was dus ook veel minder water nodig dan nu. Op aarde bevindt zich zo'n 1,37 miljard kubieke kilometer water. Als de aarde volkomen vlak zou zijn, zou het water een hoogte hebben van 2,5km. Er is dus voldoende water voorhanden om een wat egalere aarde volledig te bedekken.

De volgende vraag is natuurlijk: waar is al dat water gebleven? Een groot gedeelte bevindt zich in de vorm van ijs op de polen. Zoals gezegd bevond zich voor de zondvloed een laag water boven de hemel. Die hield niet alleen gevaarlijke straling tegen, het zorgde ook voor een soort broeikas-effect. Voor de zondvloed bevond zich dan ook geen ijs op de noord- en zuidpool, maar groeiden daar gewoon planten. Dat verklaart de aanwezigheid van oude plantenresten op de polen. Door het wegvallen van die laag water, koelde de aarde snel af. Rond de polen werd het daardoor zo koud dat zeewater bevroor en neerslag alleen nog in de vorm van sneeuw en hagel viel. Verder werd de aarde minder egaal: de bergen werden hoger en de zeeën dieper, plaats biedend aan het overtollige water.