Bible-Science.info

Bijbel en wetenschap

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Waar kwam al het water vandaan (en waar is het gebleven)?

Voor een wereldwijde zondvloed is heel wat water nodig. Een logische vraag is dus waar al dat water vandaan kwam.

Allereerst is het heel aannemelijk dat de aarde destijds veel vlakker was dan nu. Seculiere geologen menen dat de bergen niet ouder zijn dan zo'n 5 miljoen jaar, terwijl de aarde al miljarden jaren oud zou zijn. Natuurlijk geloven creationisten niet in de 5 miljoen jaar, maar het geeft wel aan dat men het erover eens is dat bergen relatief jong zijn. Het is dan ook heel aannemelijk dat in de tijd van Noach de bergen veel minder hoog waren. Om alle bergen te bedekken was dus ook veel minder water nodig dan nu. Op aarde bevindt zich zo'n 1,37 miljard kubieke kilometer water. Als de aarde volkomen vlak zou zijn, zou het water een hoogte hebben van 2,5km. Niet voldoende om bijvoorbeeld de Himalaya te bedekken, maar dat hoefde ook niet; die bestond waarschijnlijk nog niet. Het is wel ruim voldoende om een wat egalere aarde volledig te kunnen bedekken.

Deken van waterdamp

In het Bijbelverhaal lezen we dat de 'sluizen van de hemel' werden geopend. Tijdens de tweede scheppingsdag maakte God scheiding tussen wateren die onder het uitspansel zijn en wateren die boven het uitspansel zijn (Genesis 1:7). Volgens sommigen vormden de 'wateren boven het uitspansel' een soort waterdeken. Al dat water is tijdens de zondvloed naar beneden gekomen. Ook de mensen in de tijd van de Bijbel dachten bij 'uitspansel' aan een soort koepel die de wateren boven het uitspansel op hun plaats hielden. Wetenschappelijk gezien is zo'n waterdeken wel mogelijk, maar kan slechts een heel klein aandeel gehad hebben in de zondvloed. De waterspiegel kan er niet meer dan zo'n 2 meter door gestegen zijn. Een dikkere deken zou het broeikaseffect zo groot hebben gemaakt, dat de temperatuur op aarde ontoelaatbaar hoog zou zijn geweest. De deken kan wel voor de 40 dagen regen hebben gezorgd waar Genesis over spreekt.

Kometen

In het veleden heeft men wel eens gedacht dat het vloedwater afkomstig zou kunnen zijn van kometen. Terecht zeggen wetenschappers dat dit niet kan. Zo zou het water kokend heet zijn geworden. Het aardige is dat diezelfde wetenschappers een tijd lang zelf hebben gedacht dat het water op aarde van kometen afkomstig was. Wikipedia meldt dit nog steeds als mogelijke bron. Tevens meldt Wikipedia eerlijk dat men niet eens zeker weet waar al het water op aarde überhaupt vandaan is gekomen. Eigenaardig om dan het creatiemodel te willen ontkrachten door te vragen waar al het vloedwater vandaan kwam terwijl het eigen model niet kan verklaren waar al het oceaanwater vandaan is gekomen.

Hydroplaattheorie

De hydroplaattheorie is bedacht door Walt Brown. Het boek dat hij erover geschreven heeft is op zijn site te vinden. Er is ook een Nederlandse vertaling. In het kort komt het erop neer dat er vóór de vloed een onderaards waterreservoir was wat tijdens de vloed door de hoge druk openbrak. Dit zouden dan de 'fonteinen van de grote afgrond' zijn geweest waar het Bijbelverhaal over spreekt. Deze theorie kent vrijveel aanhang. Er zijn echter niet alleen nogal wat wetenschappelijke maar ook theologische bezwaren (zie ook hier) tegen deze theorie. Volgens de theorie was het waterreservoir namelijk een soort tikkende tijdbom die wel een keer móést barsten. Het is moeilijk voor te stellen dat God Zijn schepping "zeer goed" zou noemen terwijl er onder de grond een bom op springen staat.

Combinatie van factoren

Net zoals volgens seculiere wetenschappers het water op aarde meerdere bronnen zal hebben gehad, zo nemen ook creationisten aan dat het zondvloedvloedwater meerdere bronnen had. De genoemde waterdeken kan een bijdrage hebben geleverd. Er zal ook veel water in de aardmantel hebben gezeten dat tijdens de zondvloed vrij kwam. Dat zullen de 'fonteinen van de grote afgrond' zijn geweest. Ook vandaag de dag komt bij vulkaanuitbartingen nog altijd veel water vrij. En op kleine schaal kennen we natuurlijk de geisers in IJsland. Verder moeten we niet vergeten dat de zondvloed een straf van God was. Dat al dat water uit de lucht en aardmantel ineens allemaal vrijkwam zal geen natuurlijke oorzaak hebben gehad.

Waar is het water nu?

De volgende vraag is natuurlijk: waar is al dat water gebleven? Een groot gedeelte bevindt zich in de vorm van ijs op de polen. Zoals gezegd bevond zich voor de zondvloed een laag water boven de hemel. Die hield niet alleen gevaarlijke straling tegen, het zorgde ook voor een soort broeikas-effect. Voor de zondvloed bevond zich dan ook geen ijs op de noord- en zuidpool, maar groeiden daar gewoon planten. Dat verklaart de aanwezigheid van oude plantenresten op de polen. Door het wegvallen van die laag water, koelde de aarde snel af. Rond de polen werd het daardoor zo koud dat zeewater bevroor en neerslag alleen nog in de vorm van sneeuw en hagel viel. Verder werd de aarde minder egaal: de bergen werden hoger en de zeeën dieper, plaats biedend aan het overtollige water.