Bible-Science.info

Bijbel en wetenschap

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Anatomische en genetische overkeenkomst

Vaak wordt de anatomie van verschillende dieren met elkaar vergeleken om evolutie te bewijzen. Zo lijken de vleugels van vogels en de vinnen van vissen op onze eigen armen en handen. Alleen de botten verschillen in lengte en soms verschilt de hoek waaronder ze ten opzicht van elkaar staan.

Ook kunnen evolutionisten niet vaak genoeg benadukken dat ons DNA voor zo'n 98% overeenkomt met dat van een chimpansee. Bewijst dat niet dat we een gemeenschappelijke voorouder hebben?

In al dit soort gevallen moeten we ons afvragen of een ontwerper die niet zo kan hebben gemaakt. Het antwoord is natuurlijk 'ja'. Waarom zou een ontwerper bij elk dier helemaal overnieuw beginnen? Overeenkomsten in anatomie en DNA kunnen evengoed duiden op een gemeenschappelijk ontwerper en zijn dus geen bewijs voor een gemeenschappelijke voorouder.

Dit verklaart tevens de aanwezigheid van rudimentaire (schijnbaar nutteloze) organen (zo die al bestaan). En waarom sommige mensen en dieren geboren worden met de eigenschappen van een (ander) dier. Heel soms wordt een mens geboren met een staartje. Dit wordt uiteraard door evolutionisten gebruikt als bewijs dat mensen van apen afstammen. Wat er in zo'n geval echter gebeurd kan zijn, is dat het gen dat de staartlengte bepaalt beschadigd is geraakt. Onze Ontwerper heeft bij de mens, via dit gen, de staartlengte ingesteld op een hele lage waarde. Door een beschadiging kan een mens geboren worden met een langere staart.

Verder beweren sommige onderzoekers dat vroege embryo's van alle diersoorten op visjes lijken. Aangezien alle embryo's als bevruchte eicel beginnen, is het niet zo verwonderlijk dat de embryo's enige tijd op elkaar lijken. Maar al vrij snel zien de embryo's van verschillende diersoorten er anders uit. In het verleden heeft onderzoeker Ernst Haeckel zelfs tekeningen vervalst om embryo's van verschillende dieren op elkaar te laten lijken. Enkele maanden later toonde professor Rütimeyer al aan dat de tekeningen vals waren. Dat was in 1868, ruim 140 jaar geleden dus, en nog komen we Haeckels tekeningen soms in lesboeken tegen.

Soms horen we mensen zeggen dat embryo's hun evolutionaire afstamming volgen. Ze beginnen als een enkele cel en vervolgens krijgen ze gleuven die op kieuwen lijken, hetgeen bewijst dat ze van de vissen afstammen. Deze gleuven hebben echter niets met kieuwen of de admhaling te maken. Ze vormen het middenoor en enkele klieren. Embryologen geloven zelf ook niet meer dat dit soort 'gelijkenissen' tekenen van evolutie zijn.

En over embryonale ontwikkelingen gesproken... De tenen van amfibieën en zoogdieren lijken op elkaar, maar de ontwikkeling ervan is totaal verschillend. Bij amfibieën groeien de tenen uit bobbels naar buiten. Bij zoogdieren begint de voet als een soort plaat waar later het weefsel tussen de tenen uit verdwijnt. Deze totaal verschillende mechanismen produceren hetzelfde resultaat, maar zijn worden geproduceerd door verschillende genen. Blijkt hieruit een gemeenschappelijke voorouder of een gemeenschappelijk ontwerper?

Er zijn verschillende diersoorten die licht kunnen geven. We noemen dit bioluminescentie. De bekendste is misschien wel vuurvlieg. Maar ook sommige andere insecten, bacteriën, kwallen, inktvissen, koralen en schimmels kunnen licht geven. Al deze dieren produceren een soort pigment dat we luciferine noemen. Wanneer dit reageert met zuurstof, produceert dit een beetje licht. Deze chemische reactie verloopt echter heel langzaam. De dieren produceren echter ook een katalysator, een enzym dat luciferase heet. Hierdoor verloopt de reactie veel sneller en geeft dus ook meer licht. Ze hebben volgens de evolutietheorie geen gemeenschappelijke voorouder die dit kan, dus ze moeten dit kunstje allemaal onafhankelijk van elkaar hebben ontwikkeld. Evolutionisten noemen dit 'convergente evolutie'. Maar een verschijnsel een mooie naam geven betekent nog niet dat je het hebt verklaard. Een betere verklaring is dat het zo is ontworpen.

En wat betreft die 98% overeenkomst tussen ons DNA en dat van een chimpansee... Die uiting deed men toen nog maar een fractie van het DNA was vergeleken. Inmiddels is het percentage nog maar 96%. Vier procent lijkt ook niet veel, maar het betekent wel zo'n 125 miljoen verschillen in het DNA. Deze verschillen moeten in ongeveer 300 duizend generaties zijn ontstaan. Het lijkt erop dat zoveel verschillen niet in dit aantal generaties kunnen zijn ontstaan, al zijn de meningen hierover nogal verdeeld.