Bible-Science.info

Bijbel en wetenschap

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

De neveltheorie

De neveltheorie (ook wel de Kant-Laplace-hypothese genoemd) probeert te verklaren hoe ons zonnestelsel is ontstaan. Het zou onstaan zijn uit een enorme ronddraaiende gas- en stofwolk. In het midden ontstond de zon. Het restant van de gas- en stofwolk draaide om de zon heen. De deeltjes van de wolk begonnen daarna samen te klonteren. Op een gegeven moment hadden de klonten zoveel massa dat ook de zwaartekracht een rol ging spelen waardoor ze nog meer materiaal naar zich toe 'zogen'. En zo ontstonden uiteindelijk de planeten (en hun manen) die we nu kennen.

Dit verklaart waarom alle planeten in dezelfde richting (tegen de klok in) om de zon draaien. Ook verklaart het waarom de binnenste planeten (die het dichtst om de zon draaien) bestaan uit gesteente terwijl de buitenste planeten bestaan uit gas.

Bovenstaand verhaal wordt vaak met mooie computeranimaties in de media getoond. Wat niet wordt verteld is dat we niet weten hoe dat samenklonteren tot planeten precies in zijn werk moet zijn gegaan. Het lijkt er namelijk op dat hierdoor wel brokstukken kunnen ontstaan, maar geen hele planeten. Ook wordt niet verteld dat elke planeet wel een aantal kenmerken heeft die tegen deze theorie getuigen. Objectieve wetenschap lijkt evolutie uit te sluiten. Laten we eens ons zonnestelsel wat nader gaan bekijken en zien welke problemen de evolutietheorie heeft.

Mercurius

(Foto: NASA)

Mercurius blijkt een enorme dichtheid te hebben; de planeet is gezien zijn geringe afmetingen veel zwaarder dan volgens de neveltheorie mogelijk is. Evolutionisten veronderstellen nu dat Mercurius geraakt moet zijn door een asteroïde. Hierdoor is het lichte materiaal er afgebroken en ontstond er een dichtere planeet. Voor deze enorme inslag bestaat echter geen enkel bewijs.

Het tweede probleem is dat Mercurius een magnetisch veld heeft. Volgens de dynamotheorie is dit echter helemaal niet mogelijk. Deze theorie stelt dat miljarden jaren oude planeten alleen een magnetisch veld kunnen hebben als ze een kern van gesmolten metaal hebben. Maar Mercurius is zo klein dat deze kern allang gestold had moeten zijn. Volgens sommigen bevat de kern ook een beetje zwavel waardoor het metaal langer vloeibaar blijft. Volgens de neveltheorie is het echter onmogelijk dat een planeet die zo dicht bij de zon staat zwavel bevat! De oplossing voor het ene probleem zorgt dus alleen maar voor een volgend probleem.

Venus

(Foto: NASA)

Venus staat van alle planeten het dichtst bij de aarde. Het is ook ongeveer evengroot, evenzwaar en heeft dezelfde samenstelling.

De aarde heeft echter een magnetisch veld en Venus niet (of nauwelijks), hoewel dit volgens de dynamotheorie wel zou moeten.

Ook Venus zou, net als alle andere planeten, zo'n 4.6 miljardjaar geleden moeten zijn ontstaan. Het oppervalk van Venus ziet er echter jong uit; het vertoont geen kenmerken van miljarden jaren erosie en meteorietinslagen.

Het grootste probleem voor evolutionisten is misschien wel het feit dat Venus de 'verkeerde' kant op draait. Daar komt de zon dus op in het westen en gaat onder in het oosten. Hoe is dat mogelijk? Net als bij Mercurius wordt ook hier weer aangenomen dat de planeet door een asteroïde is getroffen waardoor Venus de andere kant op is gaan draaien. Maar ook hier heeft deze gigantische botsing geen enkel spoor achtergelaten: Venus draait praktisch rechtop en de baan om de zon is nagenoeg cirkelvormig.

Een ander probleem is dat Venus hoge bergen heeft. Maat Mons is zelf hoger dan de Mount Everest. Als Venus vroeger een gesmolten bal was (zoals de neveltheorie beweert), dan had het oppervlak nooit deze bergen kunnen dragen.

Aarde

(Foto: NASA)

Onze thuisplaneet is perfect ontworpen voor het leven:

  • ze draait in 24 uur om haar as. Als een dag lager zou duren zou het overdag te warm worden en 's nachts teveel afkoelen.

  • haar as staats iets 'uit het lood'. Hierdoor kennen we seizoenen.

  • ze draait in een circelvormige baan om de zon. Een elliptische baan zou voor een onstabiel klimaar zorgen.

  • ze heeft een perfecte atmosfeer: hierdoor kunnen we ademhalen en worden we beschermd tegen kosmische straling. Het is echter dun genoeg om een broeikaseffect te voorkomen.

  • ze heeft een magnetisch veld wat ons beschermt tegen straling uit de ruimte. Dit magneetveld kan slechts tienduizenden jaren oud zijn en niet miljarden jaren.

Voor evolutionisten is het een probleem dat er water op de aarde is. Volgens hun theorie zou dat eigenlijk niet moeten. Sommigen menen dat kometen het water op aarde hebben bezorgd. Kometen bevatten inderdaad water, maar ook veel argon. Zelfs als slechts 1% van al het water op aarde van kometen afkomstig is, dan zou onze atmosfeer al 400 keer zoveel argon moeten bevatten. Ook is de verhouding deuterium/waterstof in kometen ongeveer tweemaal zo hoog als in het water op aarde. (Een deuteriumatoom is een waterstofatoom met een neutron in de kern. Deuterium wordt ook wel 'zware waterstof' genoemd.) Anderen menen dat de bron van water gezocht moet worden in niet meer bestaande 'waterdragers' van buiten ons zonnestelsel. Dit is uiteraard zuiver hypothetisch; er is geen enkel bewijs voor.

Verder zou de aarde niet alleen uit de stof- en gafwolk zijn ontstaan, maar ook door meteorietinslagen. Hieruit concludeert men dat de aarde vroeger een grote gesmolten bal was. Ook dit levert echter een aantal problemen op. Waarom vinden we bijvoorbeeld goud op het aardoppervlak? Goud is veel dichter dan andere metalen en zou dus diep in de aarde moeten zijn gezonken. Verder heeft men het mineraal zirkoon onderzocht. Een van de uitkomsten was dat het gevomd moest zijn toen de aarde al koud was geworden. Volgens radiometrische datering zou het oudste mineraal 4,4 miljard jaar geleden ontstaan, dus op een nog gesmolten aarde. Dit houdt in dat òf de aarde niet is begonnen als gesmolten bal òf dat de radiometrische datering niet klopt (of beide)! Meteorieten bevatten ook relatief veel xenon. Als onze aarde echt zoveel meteorietinslagen te verwerken had gekregen, had de samenstelling van gesteente op aarde er heel anders uitgezien en had onze atmosfeer ook veel meer xenon moeten bevatten.

Onze maan

(Foto: NASA)

Onze maan zorgt ervoor dat de aardas niet gaat wiebelen. Tevens zorgt het voor de getijden.

Maar waar komt de maan eigenlijk vandaan? Hier zijn een aantal theoriën:

  1. De neveltheorie. Deze theorie hebben we al bekeken. Het gaat er vanuit dat de maan uit dezelfde gas- en stofwolk is ontstaan als de aarde. Het is echter onwaarschijnlijk dat hieruit twee objecten zijn ontstaan die zo dicht bij elkaar liggen. En we hebben al gezien dat Venus veel op de aarde lijkt. Waarom heeft Venus dan geen maan? Het belangrijkste bewijs tegen deze theorie is nog wel dat is gebleken dat de het gesteente van de maan anders is dan het gesteente van de aarde. En dat is natuurlijk vreemd als ze uit hetzelfde materiaal zijn ontstaan.

  2. De splitsingtheorie. Deze theorie veronderstelt dat de aarde zo snel ronddraaide dat een brok materiaal losraakte en dat dit onze maan werd. Ook deze theorie kan niet verklaren waarom het maangesteente anders is dan het gesteente op aarde. Verder heeft men berekend dat de aarde eens per 2.6 uur om zijn as moet hebben gedraaid. Later moet de aarde dan zijn afgeremd tot één omwenteling per 24 uur. Hierbij zou echter zeer veel energie zijn vrijgekomen. Zoveel energie is genoeg om de temperatuur op aarde 1000 graden te laten stijgen. Ten slotte is de baan van de maan om de aarde te afwijkend voor deze theorie.

  3. Invangtheorie. Volgens deze theorie is de maan elders in het heelal ontstaan, door stom toeval in een baan richting aarde terechtgekomen en door de zwaartekracht van de aarde in een baan om de aarde gaan draaien. Hiertegen getuigt dat het maangesteente hiervoor weer teveel op dat van de aarde lijkt. Verder komt ook hier energie bij vrij waarvan we niet weten waar het is gebleven.

  4. Inslagtheorie. En ook hier moet een inslag met een ander object uitkomst brengen. Ditmaal een object ter grootte van Mars. Sommige van de ontstane brokstukken vielen weer terug op aarde en sommige vormden de maan. Ook voor deze inslag bestaat geen enkel bewijs (behalve dat de samenstelling van het maangesteente overeenkomsten vertoont met die van de aardkorst). Het zou ook een enorm toeval zijn waarbij alles precies goed moet zijn gegaan.

De maan verwijdert zich langzaam maar zeker van onze aarde met een snelheid van -momenteel- ongeveer 4 cm per jaar. Dit betekent dat het vroeger dus dichter bij de aarde heeft gestaan. Men heeft berekend dat de aarde en de maan 1,4 miljard jaar geleden tegen elkaar gezeten moeten hebben. (Voor deze berekening kunnen we overigens niet de huidige afstand (gemiddeld 385 duizend km) delen door de huidige snelheid (4 cm/jaar), omdat de snelheid afneemt naar mate de maan verder van de aarde komt te staan. Vroeger was de snelheid dus hoger.) Volgens datering van het maangesteente is de maan echter 4,5 miljard jaar oud. Ook hier hebben de evolutionisten dus een probleem.

Soms wordt de dunne laag maanstof als bewijs aangevoerd dat de maan geen miljarden jaren oud kan zijn. Als de maan miljarden jaren oud zou zijn, zou er een dikke laag ruimtestof op de maan moeten liggen. Ruimtevaartorganisatie NASA zou zelfs bang zijn geweest dat de maanlanders zouden wegzakken in dat ruimtestof. Dit is echter niet juist. Vroeger dacht men inderdaad dat de maan bedekt moest zijn met een dikke laag stof. Voordat de eerste maanlanding plaatsvond wist men echter al dat de schattingen van de hoeveelheid ruimtestof niet klopten. En uiteraard heeft men ook onbemande vluchten naar de maan gemaakt waardoor men zeker wist dat de ruimevaarders niet in het stof zouden wegzakken.

Mars

(Foto: NASA)

Er is veel gespeculeerd over het al dan niet voorkomen van leven op Mars. Hiervoor is echter stromend water nodig en dat is niet gevonden. Eigenlijk kan er nauwelijks vloeibaar water aanwezig zijn op Mars; dat verdampt of bevriest onmiddelijk. IJs en waterdamp zijn wel aanwezig.

Sommigen vermoeden dat Mars vroeger een dikkere atmosfeer had waardoor er wel vloeibaar en stromend water op Mars aanwezig waren. Allerlei geulen op het Marsoppevlak zouden dat bewijzen. Inmiddels is echter aangetoond dat deze geulen ergens anders door (kunnen) zijn ontstaan.

Jupiter

Jupiter Ganymedes Io (Foto's: NASA)

Jupiter is de grootste planeet van ons zonnestelsel. Volgens de neveltheorie zou de planeet er minstens een week over moeten doen om eenmaal rond zijn as te draaien. Bij Jupiter duurt een omwenteling echter maar 10 uur! De neveltheorie kan ook de samenstelling van Jupiter niet verklaren.

Jupiter is een gasplaneet. Gasmoleculen blijven echter niet zomaar aan elkaar plakken om zo een planeet te vormen. Daar is enorm veel zwaartekracht voor nodig. De (niet gasvormige) kern van Jupiter heeft zich daarom zeer snel moeten vormen voordat al het gas was vervlogen.

De maan Ganymedes heeft een magetisch veld wat volgens de neveltheorie niet kan. Op maan Io zijn vulkanen te vinden wat erop duidt dat deze maan geen miljarden jaren oud kan zijn.

Saturnus

(Foto: NASA)

Saturnus is de planeet met de ringen (al hebben ook andere planeten ringen,maar die zijn niet zo duidelijk als die van Saturnus). Wat men meestal niet vertelt, is dat een planeet van 4.5 miljard jaar oud helemaal geen ringen kan hebben: de binnenste ringen hadden door de zwaartekracht al op de planeet moeten zijn ingeslagen en de buitenste ringen zouden al moeten zijn weggeslingerd.

Evolutionisten vermoeden daarom dat de ringen veel jonger moeten zijn dan de planeet. Ze zouden dan moeten zijn ontstaan doordat er een of meer botsingen met andere objecten heeft plaatsgevonden. Uit de hierdoor ontstane fragmenten zijn de ringen onstaan. Hier is echter weer geen enkel bewijs voor.

Enceladus Mimas Titan (Foto's: NASA)

De maan Enceladus blijkt geologisch actief te zijn. Daar is, volgens de evolutietheorie, de maan echter veel te oud voor. Maan Mimas is bijna evengroot, maar heeft geen geen geologische activiteit. Vreemd, als beide manen uit hetzelfde materiaal en op hetzelfde moment onstaan zijn.

Maan Titan heeft een atmosfeer waarin methaan voorkomt. Methaan wordt echter door het zonlicht afgebroken. Na 4.5 miljard jaar had er helemaal geen methaan meer in de atmosfeer moeten zitten. Vroeger dacht men dat het oppervlak van Titan bedekt was met vloeibaar methaan. Dit blijkt echter niet zo te zijn. Nu vermoeden evolutionisten dat het methaan onder de grond zit.

Uranus

Uranus Miranda (Foto's: NASA)

De as van Uranus staat nagenoeg horizontaal; de planeet draait dus op zijn kant. Dit is uiteraard niet wat de neveltheorie voorspelt. Opnieuw vermoeden evolutionisten dat het veroorzaakt moet zijn door een enorme asteroïde. Maar Uranus' baan om de zon is bijna cirkelvormig en ligt nagenoeg in de ecliptica. De botsing zou ook de aanwezigheid van de manen moeten verklaren. De totale massa van die manen is echter zo klein dat het moeilijk voor te stellen is dat die ontstaan zijn uit brokstukken van de voornoemde botsing. Ook deze botsing heeft dus geen sporen nagelaten.

Een ander probleem voor evolutionisten is het feit dat de magnetische as 60 graden gedraaid is ten opzicht van de rotatieas.

Het oppervlak en de tektonische activiteit van de maan Miranda heeft wetenschappers volkomen verrast. Sommigen hebben geopperd dat Miranda maar liefst vijf keer door een ander object moet zijn geraakt, maar de maan blijft voor hen een mysterie.

Neptunus

(Foto: NASA)

Deze planeet straalt tweemaal zoveel energie uit als hij ontvangt. Dat stelt evolutionisten voor een raadsel. Een miljarden jaren oude planeet zou allang 'koud' moeten zijn. En dood. Maar ook dat is Neptunus niet. De in 1989 ontdekte storm is inmiddels verdwenen en vervangen door een nieuwe.

Net als bij Uranus staat ook bij Neptunus de magetische as flink uit het lood: 47 graden ten opzichte van de rotatieas.

Volgens computersimulaties van de neveltheorie horen Uranus en Neptunus overigens helemaal niet te bestaan! Volgens deze simulatie zou het ontstaan van Neptunus 10 miljard jaar moeten duren. Dat is dus ruim tweemaal zo lang als de veronderstelde 4.5 miljard jaar.

Voorbij de baan van Neptunus draait nog een aantal dwergplaneten om de zon. Pluto is wel de bekendste. Veel weten we niet van deze dwergen, maar wel is er op sommige vulkanische activiteit ontdekt. Als dwergplaneten miljarden jaren oud zijn, zouden ze echter al lang moeten zijn afgekoeld; actieve vulkanen zouden er dan niet meer kunnen zijn.

Kometen

(Bron: NASA)

Kometen bestaan uit ijs, gas en stof. Wanneer ze in de buurt van de zon komen, smelt het ijs krijgen ze de bekende staart. Er zijn kometen met een korte omlooptijd (minder dan 200 jaar) en kometen met een lange omlooptijd. Het probleem voor evolutionisten is dat kometen met een korte omlooptijd nooit miljarden jaren oud kunnen zijn. Die zouden allang 'opgebrand' moeten zijn. Toch bestaan dergelijke kometen nog steeds. Velen vermoeden dat eens in de zoveel tijd objecten uit de zogeheten Kuipergordel van baan veranderen en zo een komeet vormen. De Kuipergordel bevindt zich buiten de baan van Neptunus en bestaat uit 'komeetachtige' brokstukken. Van de waargenomen objecten is het overgrote deel veel groter dan de kometen die we zien. Bovendien lijken de objecten een te stabiele baan te hebben om eruit te worden geslingerd.

Van kometen met een lange omlooptijd dan 200 jaar vermoedt men dat ze afkomstig zijn uit de Oortwolk. Deze wolk zou zich op een afstand van 7500 miljard km van de zon moeten bevinden, maar is zelfs nog nooit waargenomen. De Oortwork is alleen maar bedacht om het bestaan van kometen te verklaren.

Zon

(Foto: NASA)

Volgens evolutionisten is de zon ook ongeveer 4.5 miljard jaar geleden onstaan en men verwacht dat hij nog zo'n 5 miljard jaar te 'leven' heeft. Het leven op aarde zou ongeveer 3.5 miljard geleden zijn ontstaan. De zon was toen dus nog 'maar' 1 miljard jaar oud en scheen, volgens berekeningen, ongeveer 25% minder fel dan nu. Dat betekent dat de temperatuur op aarde dus ook veel lager was. Zo laag zelfs, dat de aarde destijds een ijsplaneet moet zijn geweest. En dat terwijl evolutionisten beweren dat de temperatuur op aarde nauwelijks is veranderd.

Zoals al in de inleiding is vermeld zou de zon, volgens de neveltheorie, ontstaan zijn uit een ronddraaiende gas- en stofwolk. Hiervoor draait de zon echter veel te langzaam. Volgens de natuurkundige wet van behoud van draaimoment gaat een voorwerp sneller draaien naar mate de diameter kleiner wordt. Een voorbeeld hiervan is een schaatser die een pirouette maakt. Als hij de armen naar zijn romp beweegt, gaat hij sneller draaien. Toen de zon in het begin van zijn onstaan materie naar zich toetrok, moet hij ook steeds sneller zijn gaan draaien. Zo zou de zon uiteindelijk met een snelheid van 400km/s om zijn as moeten draaien. De snelheid bedraagt echter maar 2km/s.

Wanneer de planeten allemaal onstaan zijn uit dezelfde roterende wolk, dan zouden we verwachten dat hun banen om de zon in hetzelfde vlak moeten liggen. Dat blijkt ook zo te zijn; alleen Mercurius' baan maakt een hoek van 7 graden met dit vlak (dat we de ecliptica noemen). We zouden ook verwachten dat de ecliptica de evenaar van de zon zou snijden. Dat blijkt echter niet zo te zijn. De ecliptica maakt een hoek van ruim 7 graden met het equatoriale vlak van de zon. Ook dit kan de neveltheorie niet verklaren.

Sterrenstelsels

Veel sterrenstelsels hebben de vorm van een spiraal, zoals dit Windmolenstelsel.

(Foto: NASA/ESA)

Spriraalvormige stelsels draaien langzaam. De binnenste regionen draaien sneller dan de buitenkant. Dit betekent dat het stelsel steeds strakker wordt 'opgedraaid'; de armen komen steeds dichter bij de kern te liggen. Na een paar honder miljoen jaar is het stelsel zo strak opgerold dat er geen armen en dus geen spiraal meer te zien is. Volgens de oerknaltheorie zijn sterrenstelsels miljarden jaren oud en zouden er dus eigenlijk geen spiraalvormige stelsels meer moeten zijn. Toch zijn er een heleboel van. Ons eigen stelsel, de Melkweg, is ook spiraalvormig. Dit doet toch vermoeden dat het heelal geen miljarden jaren oud kan zijn.